ECLI:NL:CRVB:2004:AP0986
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging maatregel wegens onvoldoende arbeidsverplichtingen na vijfde levensjaar kind
Appellante ontving een bijstandsuitkering als alleenstaande ouder en was vrijgesteld van arbeidsverplichtingen totdat haar jongste kind de leeftijd van vijf jaar bereikte. Na deze leeftijd werd zij niet langer vrijgesteld en diende zij arbeid in dienstbetrekking te zoeken.
Gedaagde legde een maatregel op vanwege het onvoldoende trachten arbeid te verkrijgen, wat appellante betwistte met het argument dat zij volledig belast was met de opvoeding en verzorging van haar kind. Zij had geen sollicitaties verricht sinds het moment van vrijstellingsbeëindiging.
De Raad oordeelde dat de arbeidsverplichtingen van artikel 113 Abw Pro van toepassing waren en dat het overgelegde psychiatrisch rapport onvoldoende bewijs bood dat appellante niet in staat was passende arbeid te verrichten. De opgelegde maatregel was in overeenstemming met de wettelijke bepalingen en er waren geen dringende redenen om hiervan af te zien.
Daarom werd de uitspraak van de rechtbank bevestigd en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De maatregel wegens onvoldoende arbeidsverplichtingen wordt bevestigd en gehandhaafd.