ECLI:NL:CRVB:2004:AP1016
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding AOW
Appellant, woonachtig in Argentinië, diende een aanvraag in voor een ouderdomspensioen op grond van de AOW. Gedaagde, de Sociale verzekeringsbank, wees dit af omdat appellant niet verzekerd was geweest. Appellant maakte bezwaar, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege overschrijding van de bezwaartermijn.
De rechtbank Amsterdam vernietigde het besluit tot niet-ontvankelijkheid en verklaarde het bezwaar ontvankelijk, maar ongegrond. Gedaagde handhaafde het standpunt dat appellant geen recht op AOW had. De rechtbank stelde dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar was en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk.
In hoger beroep betoogde appellant dat de rechtbank onjuist had geoordeeld. De Centrale Raad van Beroep bevestigde echter de uitspraak van de rechtbank, overwegende dat gedaagde terecht het bezwaar niet-ontvankelijk had verklaard omdat de overschrijding van de termijn niet verschoonbaar was. De Raad merkte op dat gedaagde nagelaten had te vragen naar de reden van de termijnoverschrijding, maar dat dit geen reden was om het besluit te vernietigen.
De Raad concludeerde dat appellant voldoende tijd had om tijdig bezwaar te maken en dat het trage postverkeer een bekend risico was. Daarom is het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare overschrijding van de bezwaartermijn.
Uitkomst: Het bezwaar van appellant is terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare overschrijding van de bezwaartermijn.