ECLI:NL:CRVB:2004:AP1023
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. 't Hooft
- Th.G.M. Simons
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering vergoeding Houtsmullertherapie wegens onvoldoende motivering
De zaak betreft het hoger beroep van de erven van een overleden patiënt tegen Stichting Ziekenfonds VGZ, die de vergoeding van magistraal bereide middelen voor de Houtsmullertherapie bij borstkanker had geweigerd. De patiënt was naast chemotherapie gestart met deze niet-toxische tumortherapie, waarvoor vergoeding werd gevraagd.
De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard, stellende dat de overgelegde gegevens niet als wetenschappelijk verantwoord konden worden beschouwd. De erven voerden aan dat het besluit onzorgvuldig en ondeugdelijk was gemotiveerd en dat het advies van het College voor zorgverzekeringen (Cvz) geen toetsing aan wetenschappelijke bronnen bevatte.
De Raad oordeelde dat het besluit niet op een deugdelijke motivering berustte, omdat het medisch advies waarop het was gebaseerd niet controleerbaar was en geen inhoudelijke beoordeling gaf van de overgelegde wetenschappelijke onderzoeken. Daarom werd het besluit vernietigd en werd de zaak terugverwezen voor een nieuw besluit, waarbij de ingebrachte wetenschappelijke publicaties betrokken moeten worden.
De Raad veroordeelde Stichting Ziekenfonds VGZ tevens tot vergoeding van de proceskosten van appellanten.
Uitkomst: Het besluit van 15 augustus 2001 wordt vernietigd en gedaagde wordt opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen met inachtneming van de uitspraak.