ECLI:NL:CRVB:2004:AP1029
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- R.C. Stam
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Bevestiging correctie- en boetenota's wegens loonbetalingen en onkostenvergoedingen
Appellante stelde zich op het standpunt dat betalingen aan haar directeur vanaf 1 januari 1996 aflossingen van een lening waren en geen loon, en dat zij daarom geen premies verschuldigd was. De Raad oordeelde dat appellante niet slaagde in het aantonen van deze stelling, mede omdat loonstroken en salarisbetalingen in de administratie aanwezig waren en vakantiegeld en spaarloonregeling werden toegepast.
Daarnaast betrof het geschil onkostenvergoedingen die door gedaagde als bovenmatig werden aangemerkt. Appellante had onvoldoende bewijs geleverd dat deze vergoedingen reële kosten betroffen, ondanks eerdere waarschuwingen en de mogelijkheid bewijs te leveren.
De Raad verwierp ook de stelling van appellante dat er een bindende overeenkomst met de Staat der Nederlanden zou zijn op grond van Europese wetgeving. De aangevallen uitspraak van de rechtbank Utrecht werd bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak kan beroep in cassatie worden ingesteld binnen zes weken, maar alleen op beperkte gronden.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de correctie- en boetenota's blijven gehandhaafd.