ECLI:NL:CRVB:2004:AP1037
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen schatting premieloon en correctienota's UWV
Appellanten hebben bezwaar gemaakt tegen besluiten van het UWV waarin correctienota's werden opgelegd wegens administratief verzuim en onjuiste loonopgaven over de jaren 1994 tot en met 1998. Na eerdere vernietiging van deze besluiten door de rechtbank heeft het UWV nieuwe besluiten genomen op 5 maart 2002, waarbij de correcties deels werden aangepast maar het uitgangspunt van een schatting van niet-verantwoorde loonbetalingen werd gehandhaafd.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het hoger beroep mede gericht is tegen deze nieuwe besluiten en verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk omdat de eerdere besluiten zijn ingetrokken en appellanten geen belang meer hebben bij beoordeling daarvan. De Raad stelt vast dat de loonadministratie van appellanten aanmerkelijke onvolkomenheden vertoont en dat het UWV terecht is overgegaan tot een schatting van het premieloon, mede gebaseerd op verklaringen van getuigen en verdachten.
Hoewel appellanten kritiek hadden op de schattingsmethode en de hoogte van de correcties, vindt de Raad de uitkomst redelijk en wijst op vaste jurisprudentie dat het risico van een te hoge schatting voor rekening van appellanten blijft. De Raad wijst ook het verzoek om proceskostenvergoeding af en verklaart het beroep tegen de besluiten van 5 maart 2002 ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen de besluiten van 5 maart 2002 wordt ongegrond verklaard.