ECLI:NL:CRVB:2004:AP1107
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- D.J. van der Vos
- T.L. de Vries
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsongeschiktheidsuitkering en maatregel bij te late aanvraag WAZ-uitkering
Appellant, een zelfstandig directeur, vroeg een WAZ-uitkering aan wegens arbeidsongeschiktheid door slaapapneusyndroom. Gedaagde kende een uitkering toe op basis van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 45 tot 55% en legde een maatregel van 20% op vanwege te late aanvraag.
De rechtbank bevestigde de mate van arbeidsongeschiktheid, maar vernietigde de maatregel wegens verminderde verwijtbaarheid door moeilijke omstandigheden waaronder gezondheidsproblemen en bedrijfssluiting. De Centrale Raad van Beroep onderschrijft dit oordeel en acht de medische en arbeidskundige beoordeling van gedaagde zorgvuldig en voldoende onderbouwd.
De Raad oordeelt dat appellant onvoldoende medische gegevens heeft aangeleverd om een hogere mate van beperking aan te tonen. Ook acht de Raad de omstandigheden van appellant voldoende om de maatregel wegens te late aanvraag te vernietigen. De Raad veroordeelt gedaagde tot vergoeding van proceskosten aan appellant.
Uitkomst: De mate van arbeidsongeschiktheid van 45-55% wordt bevestigd en de maatregel van 20% wegens te late aanvraag wordt vernietigd wegens verminderde verwijtbaarheid.