ECLI:NL:CRVB:2004:AP1110
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Bevestiging opschorting bijstandsuitkering wegens onjuiste woonplaatsinformatie
Appellant ontving vanaf 1 juli 1998 een bijstandsuitkering als alleenstaande. Op grond van een huisbezoek en een rapport van de Sociale Recherche werd vastgesteld dat appellant niet verbleef op het opgegeven adres in Helmond. Hierdoor werd het recht op uitkering per 1 januari 2000 eerst opgeschort en later beëindigd.
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen de beëindiging ongegrond, maar vernietigde het besluit wegens onjuiste motivering, omdat niet met zekerheid kon worden vastgesteld dat appellant geen woonplaats meer had in Helmond. De rechtsgevolgen van het besluit bleven echter in stand omdat appellant onvoldoende informatie had verstrekt over zijn woonsituatie.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant de inlichtingenplicht heeft geschonden door onjuiste of onvolledige informatie te geven over zijn hoofdverblijfplaats. Hierdoor kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld. De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
De Raad benadrukt dat de feitelijke situatie bepalend is voor de woonplaats en dat belanghebbenden verplicht zijn juiste en volledige informatie te verstrekken, omdat dit essentieel is voor de toekenning van bijstand.
Uitkomst: De opschorting en beëindiging van de bijstandsuitkering zijn bevestigd vanwege het niet verblijven op het opgegeven woonadres en het schenden van de inlichtingenplicht.