ECLI:NL:CRVB:2004:AP1114
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep bevestigt weigering AAW- en WAO-uitkering wegens niet voldoen inkomenseis en gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid
De zaak betreft de weigering van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) om aan gedaagde een uitkering toe te kennen krachtens de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW) en de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO). Appellant stelde dat gedaagde niet voldeed aan de inkomenseis voor de AAW-uitkering en reeds gedeeltelijk arbeidsongeschikt was voor een WAO-uitkering.
De rechtbank 's-Gravenhage verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het bestreden besluit na heropening van het onderzoek en het inschakelen van deskundigen. De deskundigen stelden dat de arbeidsongeschiktheid reeds eerder bestond dan appellant aannam en dat de mate van arbeidsongeschiktheid bij aanvang van werkzaamheden niet ongewijzigd was gebleven.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het rapport van de door de rechtbank ingeschakelde deskundige onvoldoende gemotiveerd was en dat persoonlijk onderzoek ontbrak. De Raad oordeelde dat het rapport zorgvuldig en consistent was en dat persoonlijk onderzoek niet noodzakelijk was gezien het tijdsverloop en beschikbare medische rapporten.
De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Appellant dient binnen zes weken een nieuw besluit te nemen over de uitkeringen, rekening houdend met de bevindingen van de deskundigen.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd; appellant dient binnen zes weken een nieuw besluit te nemen.