ECLI:NL:CRVB:2004:AP1119
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Beoordeling gedifferentieerde premie kleine werkgever op grond van WAO-uitkering ex-werknemer
Appellante betwistte de vaststelling van de gedifferentieerde premie voor het premiejaar 2000, waarbij een WAO-uitkering toegekend aan een ex-werknemer als grondslag diende. De rechtbank had het beroep van appellante niet-ontvankelijk verklaard, maar de Centrale Raad oordeelt dat dit onterecht was omdat het procesbelang niet was vervallen.
In hoger beroep stelde appellante dat artikel 87e van de WAO haar niet kon worden tegengeworpen omdat zij geen gelegenheid had gehad om tegen het toekenningsbesluit van de WAO-uitkering bezwaar te maken. De Raad overweegt echter dat bezwaren tegen de WAO-uitkering zelf in een aparte procedure moeten worden behandeld en niet in dit geding over de premie.
De Raad bevestigt dat de arbeidsongeschiktheid waarvoor de WAO-uitkering is toegekend, is ontstaan tijdens de dienstbetrekking met appellante. Het feit dat de arbeidsovereenkomst mogelijk tijdelijk was geëindigd en hersteld, doet hieraan niet af. De Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond.
Daarnaast veroordeelt de Raad het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) in de proceskosten van appellante en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de gedifferentieerde premie blijft gehandhaafd.