ECLI:NL:CRVB:2004:AP1143
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Weigering arbeidsongeschiktheidsuitkering wegens niet vervulde wachttijd
Appellant verzocht om een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de AAW en WAO, met de stelling dat hij sinds 20 februari 1982 volledig arbeidsongeschikt was en dat de hersteldverklaring per 22 februari 1982 onterecht was. Gedaagde, het UWV, weigerde de uitkering omdat appellant niet voldeed aan de vereiste wachttijd van 52 weken arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak. De Raad overwoog dat het bestuursorgaan bevoegd is om een verzoek tot herziening van een eerder besluit te behandelen, maar dat toetsing beperkt moet blijven tot nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden. Appellant had geen dergelijke nieuwe feiten of omstandigheden aangetoond.
Verder oordeelde de Raad dat het risico van het ontbreken van medische stukken uit 1982 bij appellant ligt, aangezien hij pas na ruim 17 jaar een verzoek tot herziening indiende. Medische stukken van latere datum kunnen niet als nieuwe feiten worden aangemerkt. De Raad concludeerde dat het UWV in redelijkheid tot het bestreden besluit kon komen en dat appellant geen recht heeft op de gevraagde uitkering.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt bevestigd.