ECLI:NL:CRVB:2004:AP1403
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- J.Th. Wolleswinkel
- Rechtspraak.nl
Beëindiging tijdelijk dienstverband universitair hoofddocent en weigering vaste aanstelling
Appellant was sinds 1 november 1998 in tijdelijke dienst als universitair hoofddocent (UHD) bij de Technische Universiteit Delft. Na een eerste tijdelijke aanstelling en een verlenging vanwege langdurige ziekte, werd besloten het dienstverband niet om te zetten in een vast dienstverband. Appellant maakte bezwaar tegen deze beslissing en stelde beroep in.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de weigering tot vaste aanstelling ongegrond, maar gaf appellant deels gelijk in procedurele kwesties rondom de beoordeling van zijn functioneren. De Centrale Raad van Beroep beperkte haar toetsing tot de redelijkheid van het oordeel van de werkgever dat appellant niet voldeed aan de redelijke eisen van zijn functie.
Uit de stukken en het zittingsverslag bleek dat appellant ondanks meerdere kansen en een nieuw proefjaar niet volledig voldeed aan de functie-eisen. De werkrelatie met collega's en leidinggevenden verliep moeizaam en zijn functioneren werd als onvoldoende beoordeeld. De Raad oordeelde dat de werkgever in redelijkheid tot zijn standpunt kon komen en bevestigde het vonnis van de rechtbank.
De Raad wees tevens op de beperkte toetsing die geldt bij de beëindiging van tijdelijke dienstverbanden na een proeftijd en vond geen aanleiding voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het tijdelijke dienstverband terecht is beëindigd en niet is omgezet in een vast dienstverband.