ECLI:NL:CRVB:2004:AP1526
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking WAO-uitkering wegens onjuiste vaststelling arbeidsongeschiktheid
Appellant, een voormalig zelfstandig loodgieter/dakdekker, kreeg een WAO-uitkering toegekend na een hersenbloeding in 1997. De uitkering werd in 1999 ingetrokken op grond van een vermeende afname van arbeidsongeschiktheid tot minder dan 25%. Appellant voerde aan dat zijn beperkingen, waaronder epilepsie en cognitieve klachten, onvoldoende waren meegewogen en dat het maatmaninkomen onjuist was vastgesteld.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, maar appellant ging in hoger beroep. De Raad benoemde een onafhankelijke neuroloog die de beperkingen bevestigde en concludeerde dat appellant geschikt was voor bepaalde functies. Desondanks bleek dat enkele functies onterecht als grondslag waren gebruikt vanwege toeslagen voor afwijkende werktijden die niet van toepassing waren op het maatmaninkomen van appellant.
De Raad oordeelde dat het bestreden besluit niet langer het juiste standpunt over de mate van arbeidsongeschiktheid weergeeft en vernietigde het besluit en de uitspraak van de rechtbank. Gedaagde wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen en wordt veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd en het Uwv wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.