ECLI:NL:CRVB:2004:AP1527
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Geen aanspraak Turkse grensarbeider op Nederlandse werkloosheidsuitkering op grond van Besluit 3/80
Appellant, een Turkse grensarbeider woonachtig in Nederland en werkend in Duitsland, werd na ontslag geweigerd een Nederlandse werkloosheidsuitkering toe te kennen. Hij beriep zich op Besluit 3/80 dat discriminatie op grond van nationaliteit verbiedt en stelde aanspraak te maken op een uitkering onder dezelfde voorwaarden als Nederlandse onderdanen.
De Raad overwoog dat artikel 3 van Pro Besluit 3/80 uitsluitend ziet op nationale wetgeving en niet op communautaire verordeningen zoals EG-Verordening 1408/71. Het verschil in behandeling dat appellant ervaart vloeit voort uit de toepassing van EG-regelgeving en niet uit nationale bepalingen die Turkse onderdanen anders behandelen dan Nederlanders.
De Raad verwierp het beroep op directe werking van artikel 4 van Pro Besluit 3/80 en oordeelde dat het besluit niet leidt tot een aanspraak op Nederlandse werkloosheidsuitkeringen voor Turkse grensarbeiders die niet de nationaliteit van een EU- of EER-lidstaat bezitten. Het hoger beroep werd afgewezen en de eerdere uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen recht heeft op een Nederlandse werkloosheidsuitkering op grond van Besluit 3/80.