ECLI:NL:CRVB:2004:AP1553
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek tot deelname aan vrijwillige AOW-verzekering na termijnoverschrijding
Appellante, geboren in 1921 en sinds 1951 gerechtigd tot een militair weduwenrijkspensioen, vroeg bij brief van 12 februari 2001 om alsnog deel te nemen aan de vrijwillige AOW-verzekering voor de periode 1957 tot 1976. De Sociale verzekeringsbank wees dit verzoek af omdat het niet binnen de wettelijke termijn was ingediend en appellante niet voldeed aan de voorwaarden van het beleid voor vrijwillige verzekering bij ten onrechte ingehouden premies.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat zij niet binnen de vereiste termijn een aanvraag had gedaan en geen bewijs had geleverd dat de ingehouden loonbelasting als AOW-premie kon worden aangemerkt. Ook werd benadrukt dat onbekendheid met de wet geen reden is voor termijnoverschrijding.
In hoger beroep heeft appellante haar grieven herhaald, waaronder het ontbreken van een hoorzitting in bezwaar. De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank en bevestigt de afwijzing van het verzoek. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die een uitzondering rechtvaardigen en de proceskostenvergoeding wordt niet toegekend.
Uitkomst: Het verzoek tot deelname aan de vrijwillige AOW-verzekering werd afgewezen wegens niet-tijdige indiening en niet voldoen aan beleidsvoorwaarden.