ECLI:NL:CRVB:2004:AP1554
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- R.C. Stam
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Hoofdelijk aansprakelijkheid bestuurder wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur en betalingsonmacht
Appellant is als bestuurder van een besloten vennootschap hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor onbetaalde premies werknemersverzekeringen over 1999 en 2000. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond op basis van een controlerapport van de belastingdienst waarin ernstige gebreken in de administratie werden vastgesteld en het faillissement van de vennootschap werd aangevraagd.
In hoger beroep betoogde appellant dat de feiten discutabel waren en dat niet bewezen was dat gedurende meer dan twee jaren kennelijk onbehoorlijk bestuur had plaatsgevonden. De Raad stelde echter vast dat de wet niet vereist dat het onbehoorlijk bestuur drie jaren moet hebben geduurd, maar dat het volstaat dat in de drie jaren voorafgaand aan de melding van betalingsonmacht sprake was van kennelijk onbehoorlijk bestuur.
De Raad oordeelde dat gedaagde voldoende aannemelijk had gemaakt dat appellant kennelijk onbehoorlijk had bestuurd, waardoor de premies onbetaald bleven. Tevens werd de boete verlaagd van f 1.999,-- naar f 1.559,20, waardoor het totaalbedrag waarvoor appellant aansprakelijk is gesteld werd aangepast. De Raad vernietigde het eerdere vonnis en stelde het aansprakelijkheidsbedrag vast op € 7.417,28.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de hoofdelijk aansprakelijkheid van appellant wordt vastgesteld op € 7.417,28.