ECLI:NL:CRVB:2004:AP1649
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WAO-uitkering op grond van arbeidsongeschiktheid en medische beoordeling bevestigd
Appellant heeft zijn werkzaamheden in 1991 gestaakt wegens gezondheidsklachten en ontving een WAO-uitkering tot 6 januari 1997. Gedaagde heeft de uitkering beëindigd op basis van medische rapporten en een arbeidskundige beoordeling die concludeerden dat appellant sindsdien in staat was om passende arbeid te verrichten.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij zij de medische bevindingen van diverse specialisten en verzekeringsartsen als doorslaggevend beschouwde. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn psychische situatie onvoldoende was meegewogen en dat belangrijke rapporten, zoals die van psychiater Van der Veer, ontbraken in het dossier.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de medische gegevens een consistent beeld geven van simulatie van psychische klachten en dat de ontbrekende rapportage van Van der Veer geen gevolgen heeft voor de beoordeling. De Raad zag geen reden voor een aanvullende psychiatrische expertise en vond de arbeidskundige beoordeling voldoende onderbouwd.
Daarmee bevestigde de Raad het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, waarmee de beëindiging van de WAO-uitkering per 6 januari 1997 rechtsgeldig is verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WAO-uitkering per 6 januari 1997.