ECLI:NL:CRVB:2004:AP1660
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Hoofdelijke aansprakelijkheid voor onbetaalde premies wegens feitelijke werkgeversrol
Appellant stelde zich in hoger beroep tegen een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) waarbij hij hoofdelijk aansprakelijk werd gesteld voor onbetaalde premies over 1993 van een eenmanszaak die hij feitelijk leidde.
De Raad overwoog dat hoewel de eigenaar in het Handelsregister een ander was, uit onderzoek en verklaringen van betrokkenen bleek dat appellant feitelijk de volledige zeggenschap en leiding had over de onderneming. Dit maakte hem feitelijk werkgever in de zin van artikel 16c, eerste lid, sub b, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering.
De Raad verwierp het verweer van appellant dat hij slechts adviseur was en bevestigde het besluit van het Uwv en de uitspraak van de rechtbank Rotterdam. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de hoofdelijke aansprakelijkheid bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de hoofdelijke aansprakelijkheid van appellant bevestigd.