ECLI:NL:CRVB:2004:AP1685
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor seksuele hulpverlening wegens ontbreken noodzakelijkheid
Appellant, een lichamelijk zeer ernstig gehandicapte man, vroeg bijzondere bijstand aan voor de kosten van seksuele hulpverlening via de Stichting Alternatieve Relatiebemiddeling (SAR). De gemeente Goirle wees de aanvraag af omdat de gevraagde voorziening niet noodzakelijk werd geacht. De GGD Hart voor Brabant en seksuologe I.W. Gaasbeek gaven advies over de aanvraag. Hoewel Gaasbeek stelde dat de kwaliteit van leven van appellant zou toenemen bij gebruik van de SAR, concludeerde zij dat de vraag naar wenselijkheid versus noodzakelijkheid moeilijk te beantwoorden was en dat er op langere termijn geen toename van psychische problematiek werd verwacht bij afwijzing.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak. De Raad oordeelde dat op grond van artikel 39 van Pro de Algemene bijstandswet alleen bijzondere bijstand kan worden verleend voor noodzakelijke kosten. Omdat appellant geen aanvullend medisch bewijs overlegde dat de seksuele hulpverlening noodzakelijk was, bleef de noodzaak onduidelijk. De Raad benadrukte dat bijzondere bijstand niet kan worden toegekend voor wenselijke kosten.
De Raad wees het beroep van appellant af en zag geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. Hiermee werd de afwijzing van de aanvraag voor bijzondere bijstand definitief bevestigd.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag voor bijzondere bijstand voor seksuele hulpverlening wordt bevestigd wegens ontbreken van noodzakelijkheid.