ECLI:NL:CRVB:2004:AP1688
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstandsuitkering wegens niet-rechtmatig verblijf in Nederland
Appellant verzocht op 24 augustus 2000 om een bijstandsuitkering, welke door het College van burgemeester en wethouders van Rotterdam werd afgewezen op grond van niet-rechtmatig verblijf in Nederland zoals bedoeld in de Algemene bijstandswet (Abw).
De rechtbank bevestigde deze afwijzing en oordeelde dat appellant geen recht had op bijstand omdat hij geen vreemdeling was in de zin van de Vreemdelingenwet en niet gelijkgesteld kon worden aan een Nederlander op grond van het Besluit gelijkstelling vreemdelingen Abw. Tevens werd geoordeeld dat de afwijzing geen onrechtvaardig onderscheid naar nationaliteit vormde, mede omdat appellant pas na 1998 om toelating had verzocht, waardoor de Koppelingswet volledig op hem van toepassing was.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft de overwegingen van de rechtbank en ziet geen aanleiding tot een ander oordeel. De Raad bevestigt het bestreden besluit en wijst een veroordeling in de proceskosten af.
Uitkomst: De afwijzing van de bijstandsuitkering wegens niet-rechtmatig verblijf wordt bevestigd.