ECLI:NL:CRVB:2004:AP1706
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- N.J. Haverkamp
- Rechtspraak.nl
Weigering herziening WAO-besluit wegens ontbreken nieuwe feiten of omstandigheden
Appellant verzocht het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) om terug te komen op een besluit van 14 oktober 1981 waarbij zijn WAO-uitkering was herzien en verlaagd. Dit verzoek werd afgewezen omdat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren die een herziening konden rechtvaardigen, zoals vereist in artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De rechtbank Maastricht verklaarde het beroep van appellant tegen deze afwijzing ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat zijn beperkingen destijds onvoldoende waren erkend, met name vanwege een patella-fractuur en de ziekte chondrocalcinosis. De Raad stelde echter vast dat deze knieproblemen destijds bekend waren en in de beoordeling waren betrokken, en dat de medische rapporten geen nieuwe feiten of omstandigheden opleverden.
De Raad concludeerde dat het bestuursorgaan terecht het verzoek tot herziening heeft afgewezen en dat de rechtbank dit terughoudend heeft getoetst volgens de geldende normen. Het hoger beroep van appellant werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering om terug te komen op het WAO-besluit uit 1981 wordt bevestigd.