ECLI:NL:CRVB:2004:AP1715
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering terug te komen op WAO-besluit wegens ontbreken nieuwe feiten of omstandigheden
Appellante had een WAO-uitkering toegekend gekregen na arbeidsongeschiktheid, maar deze was in 1994 ingetrokken. Zij verzocht om terugkeer van het besluit van 14 oktober 1994, stellende dat zij vanaf die datum doorlopend arbeidsongeschikt was. Gedaagde weigerde dit verzoek omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die een herziening konden rechtvaardigen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat de enkele stelling van dezelfde klachten onvoldoende was als nieuw feit of veranderde omstandigheid. Appellante stelde dat gedaagde ten onrechte geen medisch onderzoek had ingesteld en dat artikel 39a van de WAO van toepassing was.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De Raad stelde dat de weigering om terug te komen op het eerdere besluit terecht was en dat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd. Ook het beroep op artikel 39a van de WAO werd verworpen omdat deze bepaling geen terugwerkende kracht heeft en pas na 1 november 1994 in werking trad.
De Raad concludeerde dat gedaagde binnen zijn bevoegdheid handelde en geen onrechtmatigheid of schending van rechtsbeginselen had begaan. Het verzoek van appellante om het eerdere besluit te herzien werd afgewezen en de aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering om terug te komen op het eerdere WAO-besluit wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.