ECLI:NL:CRVB:2004:AP1735
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- D.J. van der Vos
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging WAO-besluit wegens onjuiste medische grondslag
De zaak betreft het hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) tegen de vernietiging van een besluit tot intrekking van de WAO-uitkering van gedaagde, gebaseerd op een medische beoordeling dat gedaagde minder dan 15% arbeidsongeschikt zou zijn. De rechtbank Utrecht had het besluit vernietigd wegens het ontbreken van een deugdelijke motivering en het berusten op een onjuiste medische grondslag.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank bevestigd. De Raad hechtte doorslaggevende waarde aan het rapport van de psychiater Glas, ondanks kritiek van de bezwaarverzekeringsarts Bockwinkel. De Raad oordeelde dat het rapport, ook al is het mede gebaseerd op onderzoek door een psychiater in opleiding, voldoende betrouwbaar is en dat de werkzaamheden die gedaagde later verrichtte, niet afdoen aan de vastgestelde beperkingen op de datum van het besluit.
De Raad veroordeelde het UWV op grond van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht tot vergoeding van de proceskosten van gedaagde in hoger beroep, vastgesteld op € 644. Tevens werd een recht van € 409 geheven van het UWV. Het hoger beroep van het UWV werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef vernietigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van het UWV wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering blijft vernietigd.