ECLI:NL:CRVB:2004:AP1760
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- T. Hoogenboom
- J.Th. Wolleswinkel
- Rechtspraak.nl
Onterecht eervol ontslag wegens ongeschiktheid afdelingshoofd penitentiaire inrichting
Appellant was afdelingshoofd bij een penitentiaire inrichting en werd ontslagen wegens ongeschiktheid en onbekwaamheid op grond van artikel 98 ARAR Pro. Dit ontslag volgde na een klacht van seksuele intimidatie die door een klachtencommissie deels gegrond werd verklaard. De klacht en het advies van de commissie werden binnen de inrichting bekendgemaakt, wat leidde tot een negatief beeld bij collega's en een onmogelijkheid voor appellant om te functioneren.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het grensoverschrijdend gedrag en de seksuele intimidatie hem ongeschikt maakten voor zijn functie. Appellant stelde in hoger beroep dat de rechtbank zich had verwijderd van de grondslag van het besluit en dat het oordeel van de klachtencommissie niet impliceerde dat hij ongeschikt was.
De Raad stelt dat ongeschiktheid in de zin van artikel 98 ARAR Pro moet blijken uit het ontbreken van eigenschappen, mentaliteit en instelling die voor de functie vereist zijn. Appellant verrichtte zijn werkzaamheden naar behoren. Het oordeel van de Raad is dat de bekendmaking van de klacht en het daaropvolgende negatieve beeld bij collega's niet leidt tot ongeschiktheid van appellant zelf.
De Raad vernietigt daarom het ontslagbesluit en de uitspraak van de rechtbank. Tevens veroordeelt de Raad de Staat in de proceskosten van appellant en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Het ontslagbesluit wegens ongeschiktheid wordt vernietigd omdat de bekendmaking van een klacht seksuele intimidatie niet leidt tot ongeschiktheid in de zin van artikel 98 ARAR.