ECLI:NL:CRVB:2004:AP1763
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing Wajong-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten of omstandigheden
Appellante, geboren in 1976, vroeg in 1995 een arbeidsongeschiktheidsuitkering aan vanwege gezondheidsklachten waaronder vermoeidheid en concentratiestoornissen. Na medisch en arbeidskundig onderzoek werd haar aanvraag afgewezen omdat zij niet langdurig genoeg arbeidsongeschikt was. In 2000 diende zij een nieuwe aanvraag in voor een Wajong-uitkering, die eveneens werd afgewezen.
De Raad oordeelt dat deze tweede aanvraag als een herhaling van de eerste moet worden gezien, waarbij het bestuursorgaan bevoegd is het oorspronkelijke besluit te heroverwegen, maar de rechter zich moet beperken tot de vraag of er nieuwe feiten of veranderde omstandigheden zijn. In deze zaak zijn geen nieuwe feiten of omstandigheden vastgesteld die een herziening rechtvaardigen. Medische rapporten tonen tegenstrijdige bevindingen, maar onvoldoende om het eerdere besluit te wijzigen.
Daarom wordt het hoger beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De Raad benadrukt dat de klachten van appellante reeds in het oorspronkelijke besluit zijn meegewogen en dat de ziekte van Crohn die later werd vastgesteld grotendeels in remissie is.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de Wajong-uitkering wegens ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.