ECLI:NL:CRVB:2004:AP1767

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
28 mei 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
03/1599 AKW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • J. Janssen
  • D.J. van der Vos
  • G.J.H. Doornewaard
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 21 BeroepswetArt. 8:55 AwbArt. 8:75 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkheid wegens overschrijding griffierechtstermijn afgewezen

Opposant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was voldaan.

Tegen deze niet-ontvankelijkverklaring werd verzet ingesteld. Opposant voerde aan dat het overmaken van geld vanuit Marokko naar Nederland tijd kostte en dat een in Nederland woonachtige vriend het griffierecht had betaald.

De Raad stelde vast dat het griffierecht pas na het verstrijken van de termijn was ontvangen en dat de aangevoerde omstandigheden onvoldoende waren om de te late betaling te excuseren. Het verzet werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen toepassing gegeven aan artikel 8:75 van Pro de Awb.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring wegens te late betaling van het griffierecht wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

03/1599 AKW
U I T S P R A A K
met toepassing van artikel 21 van Pro de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen:
[opposant], wonende te [woonplaats], Marokko, opposant,
en
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank, geopposeerde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Opposant heeft hoger beroep ingesteld tegen een door de rechtbank Amsterdam op 19 februari 2003 tussen partijen gegeven uitspraak, reg. nr.: AWB 01/4593 AKW.
Bij uitspraak van 7 november 2003 heeft de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat opposant het griffierecht niet binnen de gestelde termijn heeft voldaan.
Tegen deze uitspraak is verzet gedaan. Op 12 januari 2004 en 3 februari 2004 heeft de Raad een aanvulling op het verzetschrift ontvangen.
Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van de Raad, gehouden op 16 april 2004. Partijen zijn niet verschenen.
II. MOTIVERING
In de uitspraak van 7 november 2003, waartegen het verzet is gericht, is vermeld dat de aan opposant gestelde termijn voor het betalen van het griffierecht eindigde op 19 juni 2003. Het griffierecht is eerst op 23 juni 2003 ter griffie van de Raad ontvangen.
In verzet heeft opposant aangevoerd dat het moeilijk is en tevens veel tijd kost om geld vanuit Marokko naar Nederland over te maken, maar dat -onder verwijzing naar een bijgevoegd rekeningafschrift van 24 juni 2003- een in Nederland woonachtige vriend het griffierecht heeft voldaan.
De Raad stelt vast dat het griffierecht niet tijdig is voldaan.
Uit het overgelegde rekeningafschrift blijkt, dat het griffierecht op 23 juni 2003 van de desbetreffende rekening is afgeschreven. De gestelde termijn was toen al verstreken. De door opposant aangevoerde argumenten zijn onvoldoende om de niet tijdige betaling van het griffierecht -via de in Nederland woonachtige vriend- te excuseren.
Het verzet moet derhalve ongegrond worden verklaard.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Aldus gegeven door mr. J. Janssen als voorzitter en mr. D.J. van der Vos en mr. G.J.H. Doornewaard als leden, in tegenwoordigheid van mr. A.C.W. van Huussen als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 28 mei 2004.
(get.) J. Janssen.
(get.) A.C.W. van Huussen.