ECLI:NL:CRVB:2004:AP1839
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens onjuiste kwalificatie terugvordering onverschuldigde betaling
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Zutphen inzake de terugvordering van een onverschuldigd betaalde uitkering die per abuis op zijn bankrekening was gestort. Gedaagde, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV), had appellant verzocht het bedrag terug te betalen en verklaarde het bezwaar tegen deze terugvordering niet-ontvankelijk.
De rechtbank had het bezwaar vernietigd en gedaagde opgedragen een nieuw besluit te nemen. Bij besluit II handhaafde gedaagde het oorspronkelijke besluit, waarop appellant hoger beroep instelde. De Raad oordeelde dat het opeisen van het bedrag dat op een verkeerd bankrekeningnummer was gestort geen publiekrechtelijke rechtshandeling is en dus geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Hierdoor was het bezwaar tegen de brief van 15 juni 2000 niet-ontvankelijk en had gedaagde het bezwaar ten onrechte ongegrond verklaard. De Raad verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk en veroordeelde gedaagde in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het terugvorderen van een onverschuldigde betaling op een verkeerd bankrekeningnummer geen besluit in de zin van de Awb is.