ECLI:NL:CRVB:2004:AP2049
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- T. Hoogenboom
- J.Th. Wolleswinkel
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens ontbreken concreet procesbelang bij premiepercentage verlenging dienstverband
Appellante was beroepsmilitair in vaste dienst en had haar dienstverband meerdere malen verlengd gekregen, waarbij een premiepercentage van 25% gold voor de eerste verlenging. Voor de verlenging van februari 1999 tot februari 2000 ontving zij echter slechts een premie van 10%. Zij verzocht om aanvulling tot 25%, wat uiteindelijk ook is toegekend.
De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond en vernietigde het besluit van de Staatssecretaris van Defensie, maar oordeelde dat het hogere premiepercentage niet voor latere verlengingen dan de eerste gold. Appellante ging hiertegen in hoger beroep.
De Centrale Raad van Beroep overwoog dat het verzoek van appellante uitsluitend betrekking had op de premie over de periode februari 1999 tot februari 2000 en dat dit verzoek inmiddels was ingewilligd. Omdat voor latere verlengingen afzonderlijke besluiten nodig zijn en het premiepercentage jaarlijks wordt vastgesteld, is er geen procesbelang meer voor appellante. Daarom verklaarde de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een concreet procesbelang.