ECLI:NL:CRVB:2004:AP2331
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Bevestiging premieloonheffing op betalingen 'kosten acquisitie' voor 70%
Appellante, een B.V., stelde in hoger beroep dat de door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) geheven premies over de jaren 1993 tot en met 1996 ten onrechte waren gebaseerd op betalingen die in haar administratie als 'kosten acquisitie' waren geboekt en betaald aan Overseas Industrial Contractors Limited (OIC Ltd).
De rechtbank Breda had reeds geoordeeld dat het standpunt van het Uwv dat 70% van deze betalingen premieloon vormden, redelijk was en appellante niet had aangetoond dat dit onjuist was. De Centrale Raad van Beroep sluit zich aan bij deze overwegingen en verwijst tevens naar een eerdere uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin eveneens 70% van soortgelijke betalingen als zwart loon werd aangemerkt.
De Raad acht geen verschil in feitelijke omstandigheden tussen de jaren 1987-1989 en de jaren 1993-1996, en ziet geen aanleiding om de opgelegde boetenota's onjuist te achten. Er zijn geen gronden om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Het hoger beroep wordt dan ook verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat 70% van de betalingen als premieloon geldt en wijst het hoger beroep af.