ECLI:NL:CRVB:2004:AP2372
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- T. Hoogenboom
- J.Th. Wolleswinkel
- Rechtspraak.nl
Beëindiging wachtgeld bij toekenning FPU-uitkering niet onrechtmatig
De zaak betreft het hoger beroep van de Staatssecretaris van Defensie tegen een uitspraak van de rechtbank Zwolle, die het besluit tot beëindiging van het wachtgeld aan gedaagde vernietigde en de betaling van wachtgeld tot 1 juni 2005 toewijst.
De Staatssecretaris had het wachtgeld per 1 juni 2001 beëindigd omdat gedaagde vanaf die datum recht had op een uitkering op grond van de Wet uitkering wegens flexibele pensionering en uittreding (FPU). De rechtbank oordeelde echter dat gedaagde een recht had op wachtgeld tot zijn 65e levensjaar, gebaseerd op het ontslagbesluit en eerdere wachtgeldbesluiten.
De Centrale Raad van Beroep stelt dat het ontslagbesluit duidelijk verwijst naar de UBM-O-regeling, waarin is bepaald dat de uitstroombevorderende maatregel eindigt zodra de werknemer aanspraak heeft op een VUT-uitkering of een daaraan gelijkgestelde FPU-uitkering. De Raad oordeelt dat gedaagde geen recht had op wachtgeld tot 65 jaar, omdat de FPU-uitkering per 1 juni 2001 ingaat en het wachtgeld daarmee eindigt.
De Raad wijst ook het beroep van gedaagde af dat hij op grond van het ontslagbesluit een recht had op wachtgeld tot 65 jaar, omdat de mededelingen over de duur van het wachtgeld in latere besluiten niet overeenstemden met het ontslagbesluit en dus geen ondubbelzinnige verwachtingen schepten.
Het hoger beroep van de Staatssecretaris wordt gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd. Het beroep van gedaagde tegen het besluit tot beëindiging van het wachtgeld wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van gedaagde tegen het besluit tot beëindiging van het wachtgeld wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank vernietigd.