ECLI:NL:CRVB:2004:AP2504
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAJONG-uitkering naar 45-55% arbeidsongeschiktheid
Appellante stelde in hoger beroep dat zij niet in staat is om gedurende 4 uur per dag en 20 uur per week te werken, zoals vastgesteld in het bestreden besluit van 18 augustus 2000. Dit besluit had haar WAJONG-uitkering herzien van een arbeidsongeschiktheid van 80-100% naar 45-55%. De rechtbank 's-Gravenhage had dit besluit bevestigd.
De Raad overwoog dat de door appellante overgelegde medische informatie, waaronder een brief van een alternatieve genezer en een verklaring van een laboratoriumarts, onvoldoende bewijs leverde dat haar gezondheidstoestand op de datum van het besluit (17 oktober 2000) zodanig was dat zij minder dan 20 uur per week kon werken. De Raad benadrukte dat het arbeidsongeschiktheidscriterium van de WAJONG objectief medisch moet worden vastgesteld en dat de subjectieve opvatting van de verzekerde niet doorslaggevend is.
Gelet op de medische gegevens en de bestaande rechtspraak concludeerde de Raad dat het bestreden besluit in rechte standhoudt. Er was geen aanleiding om het besluit te vernietigen of te herzien. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd, en toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb werd niet noodzakelijk geacht.
Uitkomst: De herziening van de WAJONG-uitkering naar 45-55% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.