ECLI:NL:CRVB:2004:AP2595
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Jansen
- T.L. de Vries
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering wegens toegenomen arbeidsongeschiktheid per 28 september 1998
Gedaagde, werkzaam als secretaresse, kreeg vanaf 6 november 1995 een WAO-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 25-35%. Na diverse herbeoordelingen en bezwaren werd het besluit van 3 juli 2001 genomen, waarin de mate van arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 35-45% per 17 februari 1997 en 25-35% per 28 september 1998.
De rechtbank Alkmaar verklaarde het beroep van gedaagde tegen het besluit van 3 juli 2001 gegrond en vernietigde het besluit voor wat betreft de indeling en ingangsdatum. In hoger beroep stelde appellant dat de indeling per 28 september 1998 correct was op 25-35%, maar de Raad concludeerde dat de arbeidsdeskundige bij de berekening van de verdiencapaciteit onjuist was uitgegaan van voltijdse in plaats van deeltijdse functies.
De Centrale Raad van Beroep vernietigde daarom het bestreden besluit en bepaalde dat gedaagde per 28 september 1998 aanspraak heeft op een indeling in de arbeidsongeschiktheidsklasse van 35-45%. Tevens werd vastgesteld dat de uitspraak van de Raad in de plaats treedt van het vernietigde besluit. Er werd geen aanleiding gezien voor vergoeding van kosten.
Uitkomst: Gedaagde heeft per 28 september 1998 recht op een WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 35-45%.