ECLI:NL:CRVB:2004:AP2840
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na bezwaar en beroep
Appellant maakte bezwaar tegen een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) waarbij zijn WAO-uitkering werd herzien. Het oorspronkelijke besluit verhoogde de arbeidsongeschiktheid van appellant van 15-25% naar 80-100%, maar later werd dit weer teruggebracht naar 15-25%. Na bezwaar verklaarde het UWV het bezwaar ongegrond. De rechtbank bevestigde dit besluit eveneens.
Appellant ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep. Tijdens de behandeling werd overwogen dat appellant weliswaar beperkingen ondervond, maar geschikt was voor werkzaamheden passend bij zijn beperkingen. De medische en arbeidskundige rapporten van appellant leverden geen nieuwe feiten op die het eerdere besluit konden ondermijnen.
De Raad wees ook een verzoek af om een onafhankelijk medisch deskundige in te schakelen, omdat het aangeleverde rapport onvoldoende objectief bewijs bevatte. Uiteindelijk bevestigde de Centrale Raad van Beroep het bestreden besluit en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het bestreden besluit en verklaart het beroep ongegrond.