ECLI:NL:CRVB:2004:AP2851
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens termijnoverschrijding bij verzending per koeriersdienst
Appellant H. Navruz betwistte de niet-ontvankelijkheid van zijn bezwaar tegen een UWV-besluit van 24 december 1999, waarin zijn arbeidsongeschiktheidsuitkering werd vastgesteld. De rechtbank had het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding, omdat niet aannemelijk was gemaakt dat het bezwaarschrift tijdig was ontvangen.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat de rechtbank buiten de grondslag van de vordering trad en dat de verzending per koeriersdienst Falk Courier als tijdige bezorging moest worden beschouwd. De Raad stelde vast dat het risico van het niet-tijdig ontvangen van het bezwaarschrift bij appellant lag, omdat de ontvangstbevestiging van de koeriersdienst niet voldeed aan de vereisten en gedaagde de ontvangst niet had erkend.
De Raad bevestigde de vaste jurisprudentie dat verzending per koeriersdienst niet gelijkgesteld kan worden aan postbezorging onder de Awb, mede gelet op het ontbreken van een universele dienst en strikte kwaliteitsnormen zoals bij reguliere post. De Raad oordeelde dat de bezwaartermijn van openbare orde is en ambtshalve moet worden getoetst, en dat geen feiten of omstandigheden waren gesteld die termijnoverschrijding konden rechtvaardigen.
De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het hoger beroep verworpen. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar wegens termijnoverschrijding wordt bevestigd.