ECLI:NL:CRVB:2004:AP2893
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant kreeg zijn WAO-uitkering ingetrokken per 6 januari 2000 op grond van een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. Het bezwaar tegen deze intrekking werd door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ongegrond verklaard. De rechtbank Utrecht verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep werd de zaak behandeld waarbij ook een psychiatrische deskundige namens appellant werd gehoord.
De Raad oordeelde dat de medische beoordeling van de verzekeringsarts niet was overschat en dat de psychiatrische expertise van drs. T. Balla zorgvuldig en deugdelijk was uitgevoerd. De bevindingen van deze deskundige werden meegenomen in de beoordeling. Er was geen aanleiding om de medische gegevens of het oordeel over de belastbaarheid van appellant in twijfel te trekken.
Verder bleek uit de stukken dat appellant op de datum van intrekking geschikt was voor de door de arbeidsdeskundige geselecteerde functies en dat het verlies aan verdiencapaciteit minder dan 15% bedroeg. De Raad zag geen reden voor nader medisch onderzoek en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen toepassing gegeven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.