ECLI:NL:CRVB:2004:AP2926
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- D.J. van der Vos
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na beoordeling medische beperkingen en belastbaarheid
Appellant, die sinds 1995 wegens hartklachten niet meer werkte, kreeg aanvankelijk een WAO-uitkering toegekend na vernietiging van een eerdere afwijzing. Later trok het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) deze uitkering in op grond van een lagere mate van arbeidsongeschiktheid. Appellant maakte bezwaar tegen deze intrekking, maar dit werd ongegrond verklaard.
In hoger beroep stelde appellant dat de bezwaarverzekeringsarts zijn belastbaarheid niet adequaat had vastgesteld omdat er geen overleg was geweest met de behandelend cardioloog, die een andere inschatting gaf. De Raad oordeelde echter dat de arts rekening had gehouden met de cardioloog en zijn oordeel voldoende had gemotiveerd. Er waren geen nieuwe medische gegevens die aanleiding gaven tot twijfel.
Ook de arbeidskundige beoordeling van de resterende functies was volgens de Raad juist. Gezien deze overwegingen bevestigde de Centrale Raad van Beroep het bestreden besluit tot intrekking van de WAO-uitkering en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd.