ECLI:NL:CRVB:2004:AP3184
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering en proceskostenvergoeding na bezwaar en hoger beroep
Betrokkene, werkzaam als orderpicker, viel in december 1998 uit wegens gezondheidsklachten en kreeg een WAO-uitkering van 80-100% toegekend. Het Uwv trok deze uitkering in oktober 2001 in wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. Na bezwaar en beroep herzag het Uwv de uitkering naar 55-65% en later naar 65-80% arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk en vernietigde het tweede besluit, waarna de Raad het hoger beroep tegen het tweede besluit niet-ontvankelijk verklaarde vanwege het vervallen belang. De Raad vernietigde tevens de proceskostenveroordeling van de rechtbank en stelde de vergoeding vast op €805.
Medisch onderzoek toonde aan dat betrokkene voltijds inzetbaar was met beperkingen in reiken en belastbaarheid, wat door de Raad werd bevestigd. Arbeidskundig werd de berekening van het maatmaninkomen en de restverdiencapaciteit volgens het Besluit uurloonschatting 1999 als juist beoordeeld. Het beroep tegen het derde besluit werd ongegrond verklaard, waarmee de herziening van de WAO-uitkering naar 65-80% werd bevestigd.
De Raad veroordeelde het Uwv tot vergoeding van proceskosten in hoger beroep van €644 en het betaalde griffierecht van €87 aan betrokkene. De uitspraak werd openbaar uitgesproken op 1 juni 2004.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen het bezwaarbesluit is niet-ontvankelijk verklaard, de proceskostenveroordeling vernietigd en de herziening van de WAO-uitkering bevestigd.