ECLI:NL:CRVB:2004:AP4362
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Vernietiging niet-ontvankelijkverklaring bezwaar WAO-uitkering wegens termijnoverschrijding
In deze zaak gaat het om een bezwaar tegen een besluit van 9 februari 2001 waarbij een WAO-uitkering werd toegekend. De rechtbank had het beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding van het bezwaar. De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat het besluit niet op de voorgeschreven wijze aan appellante is bekendgemaakt, waardoor de termijn voor bezwaar niet eerder dan 1 november 2001 is aangevangen.
De Raad stelt vast dat het besluit niet aangetekend of met ontvangstbevestiging is verzonden en dat appellante pas bij ontvangst van een ander besluit op 1 november 2001 van het besluit op de hoogte is gekomen. Hierdoor is het bezwaar van 21 november 2001 tijdig ingediend. De niet-ontvankelijkverklaring door de rechtbank kan dan ook niet standhouden.
Omdat de rechtbank nog niet inhoudelijk heeft geoordeeld over het bezwaar, wijst de Raad de zaak terug naar de rechtbank Alkmaar. Tevens veroordeelt de Raad het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen voorwaardelijk in de proceskosten van appellante en bepaalt dat het griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: De niet-ontvankelijkverklaring wegens termijnoverschrijding wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank.