ECLI:NL:CRVB:2004:AP4482
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.G.M. Simons
- R.H. de Bock
- S.K. Welbedacht
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens niet tijdig melden wijziging woonplaats
Appellante ontving een bijstandsuitkering als alleenstaande ouder en stond ingeschreven in de gemeente Delft. Uit onderzoek van sociaal rechercheurs bleek dat zij vanaf 1 september 1998 feitelijk niet meer in Delft woonde, maar in [woonplaats] bij haar echtgenoot. Zij had dit niet tijdig gemeld, wat een schending van haar inlichtingenplicht inhoudt.
Gedaagde trok daarom bij besluit van 20 oktober 1999 de uitkering met ingang van 1 september 1998 in en vorderde de kosten van bijstand over de periode tot en met september 1999 terug. Appellante voerde aan dat zij pas na haar huwelijk op 11 augustus 1999 was verhuisd en dat haar verklaring aan de sociaal rechercheurs onder druk was afgelegd.
De Raad oordeelde dat de verklaring vrijwillig was afgelegd en dat de feitelijke omstandigheden, waaronder verklaringen van buren en schoolinschrijvingen van haar kinderen, bevestigen dat appellante vanaf 1 september 1998 niet meer in Delft woonde. De Raad vond geen dringende redenen om van terugvordering af te zien en bevestigde de eerdere uitspraak.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering vanaf 1 september 1998 en de terugvordering van de kosten worden bevestigd.