ECLI:NL:CRVB:2004:AP4595
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Herziening kinderbijslag na wijziging verblijfplaats en onderhoudsbijdrage
Appellante, moeder van Christianne, ontving kinderbijslag tot 1999, maar gedaagde stelde vast dat Christianne vanaf juni 1993 niet meer bij appellante woonde. Gedaagde besloot daarom de kinderbijslag vanaf het derde kwartaal van 1993 te herzien en deels terug te vorderen wegens onvoldoende onderhoudsbijdrage.
Appellante voerde aan dat zij aanzienlijke kosten maakte voor Christianne, waaronder premie ziektekostenverzekering en reiskosten voor bezoek, maar kon dit niet volledig aantonen met controleerbare bewijsstukken. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Raad oordeelde dat de rechtbank buiten de geschilomvang trad met betrekking tot terugvordering.
De Raad stelde vast dat appellante over het derde en vierde kwartaal van 1993 voldoende onderhoudsbijdrage had geleverd, waardoor het besluit tot intrekking van kinderbijslag over die kwartalen onterecht was. Voor de overige kwartalen was het beroep ongegrond. De Raad veroordeelde gedaagde tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van kinderbijslag over het derde en vierde kwartaal van 1993 wordt vernietigd, voor de overige kwartalen wordt het beroep ongegrond verklaard.