ECLI:NL:CRVB:2004:AP7931
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- D.J. van der Vos
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening arbeidsongeschiktheidsuitkering na zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) om zijn arbeidsongeschiktheidsuitkering per 30 november 2000 te herzien van 55-65% naar 45-55%. Na bezwaar verklaarde het Uwv het bezwaar gegrond en herstelde de oorspronkelijke beoordeling van 55-65% arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank Maastricht had het eerdere besluit van het Uwv in stand gelaten, waarbij werd geoordeeld dat het onderzoek door verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen zorgvuldig was uitgevoerd. De Centrale Raad van Beroep toetst dit oordeel en bevestigt dat het medisch onderzoek adequaat was, waarbij rekening is gehouden met de reumatoïde artritis en oogklachten van appellant.
Ook de arbeidskundige beoordeling is herzien door een andere arbeidsdeskundige, wat leidde tot een hogere inschatting van de arbeidsongeschiktheid. De Raad oordeelt dat dit binnen de beoordelingsvrijheid valt en geen onzorgvuldigheid oplevert.
Verder is het maatmaninkomen correct vastgesteld en geïndexeerd, ondanks dat appellant tijdens de zitting inkomsten uit een commanditaire vennootschap aanvoerde, waarvan geen eerdere melding was gedaan. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.