ECLI:NL:CRVB:2004:AP7977
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over onvoldoende bewijs reiskostenvergoeding in looncontrole
Appellant stelde dat een deel van het door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) geconstateerde loonverschil over 1996 een reiskostenvergoeding betrof die niet als loon moest worden meegerekend. Tijdens een looncontrole in april 2000 werd een verschil van fl. 1.051,-- vastgesteld tussen de financiële administratie en de loonadministratie. Appellant claimde dat fl. 735,-- hiervan een reiskostenvergoeding was, maar kon dit niet met schriftelijke stukken onderbouwen.
De looninspecteur had geen melding gemaakt van onkostenvergoedingen ondanks inzage in de kas/bank/giroboek van appellant. De loonstrook van de betrokken medewerkster toonde geen aanwijzingen voor een reiskostenvergoeding. Hierdoor kon de Raad niet anders concluderen dan dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het loonverschil te hoog was vastgesteld.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden die het beroep van appellant ongegrond had verklaard. Tevens werd geen toepassing gegeven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De uitspraak werd op 30 juni 2004 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant onvoldoende bewijs heeft geleverd voor de reiskostenvergoeding, waardoor het loonverschil terecht is vastgesteld.