ECLI:NL:CRVB:2004:AP7986
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aansprakelijkheid bestuurder voor onbetaalde premies ondanks rechtsgeldige melding betalingsonmacht
Appellant is door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor onbetaalde premies van zijn vennootschap over 1997 en 1998. Het Uwv stelde dat er sprake was van een rechtsgeldige melding van betalingsonmacht en kennelijk onbehoorlijk bestuur door appellant in de drie jaren voorafgaand aan de melding.
Appellant erkende de rechtsgeldige melding en zijn medewerking aan het onderzoek, maar betwistte de hoogte van de aansprakelijkstelling. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond, hoewel zij erkende dat de melding rechtsgeldig was. De Raad zag dit als een kennelijke verschrijving en vernietigde de uitspraak niet.
De Raad oordeelde dat de rechtsgeldige melding de bewijslastverdeling beïnvloedt, maar niet de hoogte van de aansprakelijkstelling. Uit het dossier, waaronder verklaringen en een Fiod-rapport, bleek voldoende aannemelijk dat appellant kennelijk onbehoorlijk bestuur voerde, waardoor premies niet volledig werden voldaan.
De Raad vond geen grond voor matiging van de aansprakelijkstelling vanwege de openheid van appellant tijdens het onderzoek, omdat het hier geen strafvervolging betrof. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: De hoofdelijke aansprakelijkstelling van appellant voor onbetaalde premies wordt bevestigd zonder matiging.