ECLI:NL:CRVB:2004:AP8025
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- D.J. van der Vos
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Vaststelling maatmaninkomen en afschrijving goodwill bij zelfstandige
Gedaagde, een zelfstandig kapster, maakte bezwaar tegen de wijze waarop het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) haar maatmaninkomen had vastgesteld, met name over de vraag of de afschrijving op goodwill in mindering mocht worden gebracht op de fiscale winst. De rechtbank had het besluit van het Uwv vernietigd vanwege onvoldoende beantwoording van vragen over deze kwestie.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep de hoofdregel dat het maatmaninkomen wordt vastgesteld op basis van de door de fiscus aanvaarde netto-winst over de laatste drie boekjaren. De Raad wijst de door gedaagde aangevoerde uitzonderingen af, waaronder het meenemen van goodwill, omdat hiervoor geen bestendige uitvoeringspraktijk bestaat en eerdere jurisprudentie dit niet ondersteunt.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van het Uwv ongegrond. De Raad benadrukt dat goodwill doorgaans wordt afgeschreven en niet als toevoeging op het maatmaninkomen mag worden meegenomen. De beslissing bevestigt daarmee de bestaande jurisprudentie over de berekening van het maatmaninkomen bij zelfstandigen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat afschrijving op goodwill niet in mindering mag worden gebracht op de fiscale winst bij de bepaling van het maatmaninkomen.