ECLI:NL:CRVB:2004:AP8029
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- D.J. van der Vos
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsongeschiktheid en belastbaarheid bij RSI-klachten in WAJONG-uitkeringszaak
Gedaagde, geboren in 1973, kampte sinds december 1998 met RSI-klachten die haar studie bouwkunde belemmerden. Appellant weigerde haar een WAJONG-uitkering toe te kennen op grond van onvoldoende arbeidsongeschiktheid (minder dan 25%). De rechtbank verklaarde het beroep van gedaagde gegrond op basis van een rapport van neuroloog Swen, die stelde dat bepaalde functies niet passend waren vanwege repeterende handelingen.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het belastbaarheidspatroon juist was en dat stimuleringsbeleid personen met RSI aanzet tot beweging en benutting van mogelijkheden. De Raad nam kennis van rapporten van verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen, die stelden dat functies als secretaresse en telefoniste/receptioniste wel passend waren gezien de aard van de werkzaamheden.
De Raad oordeelde dat het oordeel van de deskundige Swen voorzichtig was en dat er voldoende aanleiding was om van zijn oordeel af te wijken. Het stimuleringsbeleid en de aard van de functies rechtvaardigden dit. De Raad vernietigde het eerdere vonnis en verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarmee de weigering tot toekenning van de WAJONG-uitkering stand hield.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van de WAJONG-uitkering blijft in stand.