Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2004:AP8054

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
29 juni 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
03/1723 ZFW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Th.G.M. Simons
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 21 BeroepswetArt. 22 BeroepswetArt. 8:54 AwbArt. 8:55 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens termijnoverschrijding griffierecht afgewezen

De zaak betreft een verzetprocedure tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 13 augustus 2003, waarin het hoger beroep van opposante niet-ontvankelijk werd verklaard wegens het niet binnen de gestelde termijn betalen van het griffierecht van € 87,--.

De brief waarin het griffierecht werd opgelegd, werd aangetekend verzonden op 8 mei 2003 en op 9 mei 2003 uitgereikt aan de juridisch adviseur van opposante, mr. drs. Van Schaik. Deze heeft verklaard de brief kwijtgeraakt te zijn, maar kon geen andere verklaring geven voor het niet tijdig betalen.

De Raad oordeelt dat dit verzuim opposante kan worden tegengeworpen en verklaart het verzet ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door mr. drs. Th.G.M. Simons op 29 juni 2004.

Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens niet tijdig betalen van griffierecht is ongegrond verklaard.

Uitspraak

E N K E L V O U D I G E K A M E R
03/1723 ZFW
U I T S P R A A K
met toepassing van artikel 21 van Pro de Beroepswet in samenhang met artikel 8:55 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen:
[opposante], wonende te [woonplaats], opposante,
en
de onderlinge waarborgmaatschappij Agis Zorgverzekeringen U.A., gevestigd te Amersfoort, geopposeerde.
I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING
Bij uitspraak van 13 augustus 2003 met toepassing van artikel 8:54 van Pro de Awb heeft de Raad het namens opposante door mr. drs. J.G.C. van Schaik, juridisch adviseur en procesjurist te Velp, ingestelde hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 31 januari 2003, reg.nr. 01/3619 ZFW, niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft mr. drs. Van Schaik bij brief van 2 oktober 2003, aangevuld bij brief van 24 november 2003, namens opposante verzet gedaan.
Het verzet is behandeld ter zitting van 18 mei 2004, waar opposante zich heeft laten vertegenwoordigen door mr. drs. Van Schaik, en waar geopposeerde - met voorafgaand bericht - zich niet heeft laten vertegenwoordigen.
II. MOTIVERING
De uitspraak van de Raad van 13 augustus 2003 berust hierop, dat het bij het instellen van het hoger beroep ingevolge artikel 22 van Pro de Beroepswet verschuldigde griffierecht van € 87,-- niet binnen de termijn van vier weken gesteld bij de - aangetekend verzonden - brief van 8 mei 2003 is betaald en dat op grond van de beschikbare gegevens redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat opposante niet in verzuim is geweest.
In het kader van de verzetprocedure is komen vast te staan dat de aangetekend verzonden brief van 8 mei 2003 op 9 mei 2003 aan mr. drs. Van Schaik is uitgereikt. Ter zitting heeft hij dit ook uitdrukkelijk bevestigd.
Mr. drs. Van Schaik heeft voor het niet binnen de gestelde termijn betalen van het griffierecht geen andere verklaring kunnen geven dan dat hij de brief van 8 mei 2003 moet zijn kwijtgeraakt. Daarin is, uiteraard, geen grond gelegen om te oordelen dat het verzuim opposante niet zou kunnen worden tegengeworpen.
Het verzet dient ongegrond te worden verklaard.
Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Aldus gegeven door mr. drs. Th.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van mr. P.E. Broekman als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 29 juni 2004.
(get.) Th.G.M. Simons.
(get.) P.E. Broekman.