Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2004:AP8080

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
18 juni 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
04/1314 WSF
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • J. Janssen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 21 BeroepswetArt. 22 BeroepswetArt. 8:54 Algemene wet bestuursrechtArt. 8:75 Algemene wet bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens niet betalen griffierecht

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Breda. De Centrale Raad van Beroep heeft appellant meerdere malen schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht van € 87,00, met een uiterste betaaldatum van 6 mei 2004.

Ondanks deze aanmaningen is het griffierecht niet betaald binnen de gestelde termijn. Pogingen om de brief persoonlijk te laten bezorgen mislukten, maar de Raad heeft vastgesteld dat appellant op het opgegeven adres stond ingeschreven en de brief alsnog per gewone post is verzonden.

Op grond van deze feiten oordeelt de Raad dat appellant in verzuim is en verklaart het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Er zijn geen omstandigheden die toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht rechtvaardigen om hiervan af te wijken.

De beslissing is genomen door mr. J. Janssen en uitgesproken in het openbaar op 18 juni 2004. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken schriftelijk verzet worden aangetekend.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijn.

Uitspraak

E N K E L V O U D I G E K A M E R
04/1314 WSF
U I T S P R A A K
met toepassing van artikel 21 van Pro de Beroepswet in samenhang met artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht in het geding tussen:
[appellant], wonende te [woonplaats], appellant,
en
de hoofddirectie van de Informatie Beheer Groep, gedaagde.
I. INLEIDING
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een door de rechtbank Breda op 28 januari 2004 tussen partijen gegeven uitspraak.
II. MOTIVERING
In artikel 22 van Pro de Beroepswet is bepaald dat van de indiener van het beroepschrift een griffierecht wordt geheven.
Bij schrijven van 16 maart 2004 is appellant erop gewezen dat hij een griffierecht van € 87,00 is verschuldigd, bij voorkeur te voldoen door middel van de aangehechte acceptgirokaart.
Bij aangetekende brief van 8 april 2004 is appellant nogmaals gewezen op de verschul-digdheid van het griffierecht en is hem meegedeeld dat het verschuldigde bedrag binnen vier weken dient te zijn bijgeschreven op de rekening van de Centrale Raad van Beroep dan wel ter griffie dient te zijn gestort. Daarbij is erop gewezen dat overschrijding van die termijn leidt tot niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep.
Voornoemde brief van 8 april 2004 is door de Raad op 6 mei 2004 retour ontvangen met een aantekening op de enveloppe “geen gehoor” en “niet afgehaald”. Blijkens nader ingewonnen inlichtingen bij de gemeente van inschrijving is komen vast te staan dat appellant stond ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het door appellant opgegeven en bij de Raad bekend zijnde adres.
Het schrijven van 8 april 2004 is op 11 mei 2004 per gewone post ter kennisname aan appellant verzonden.
De Raad stelt vast dat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn, die afliep op 6 mei 2004, is betaald.
Nu op grond van de beschikbare gegevens redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest, acht de Raad het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek wordt beslist zoals hierna in rubriek III is aangegeven.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus gegeven door mr. J. Janssen in tegenwoordigheid van R.B.E. van Nimwegen als griffier en uitgesproken in het openbaar op 18 juni 2004.
(get.) J. Janssen.
(get.) R.B.E. van Nimwegen.
Tegen deze uitspraak kunnen de belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van dit afschrift schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT.
De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.