ECLI:NL:CRVB:2004:AP8287
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling arbeidsongeschiktheid en belastbaarheid op grond van WAO
Appellant maakte bezwaar tegen een besluit waarbij hem een WAO-uitkering werd toegekend op basis van een arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25% met ingang van 9 mei 2000. De rechtbank Rotterdam oordeelde dat appellant met inachtneming van zijn medische beperkingen arbeid kon verrichten en dat de vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid juist was.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de vaststelling onjuist was. De Raad nam kennis van medische rapporten van cardiologen die stelden dat appellant stabiel was en geen contra-indicaties voor werkhervatting had. Ook werd vastgesteld dat appellant op 9 mei 2000 een zekere mate van bestendigheid in zijn medische situatie had, ondanks een hartoperatie in januari 2001.
De Raad concludeerde dat de verzekeringsarts bij de vaststelling van de belastbaarheid rekening had gehouden met alle relevante medische gegevens en dat appellant geen tegenstrijdige medische informatie had aangeleverd. Daarom bevestigde de Raad het bestreden besluit en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant op 9 mei 2000 voor 15 tot 25% arbeidsongeschikt was en wijst het hoger beroep af.