ECLI:NL:CRVB:2004:AP8492
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens niet betalen griffierecht
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Dordrecht. Volgens artikel 22 van Pro de Beroepswet is bij het indienen van een beroepschrift griffierecht verschuldigd. Appellant is op 13 april 2004 en opnieuw op 4 mei 2004 schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht van €102,-- en de gevolgen van niet-betaling.
De Raad constateert dat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn is voldaan. Er zijn geen omstandigheden die het verzuim van appellant rechtvaardigen. Daarom wordt het hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard zonder inhoudelijke behandeling van de zaak.
De Raad ziet geen gronden om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, dat in uitzonderlijke gevallen een termijnverlenging kan toestaan. De uitspraak is gedaan door R.C. Schoemaker in aanwezigheid van griffier T. Hemelrijk-van den Oudenalder en op 24 juni 2004 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijn.