ECLI:NL:CRVB:2004:AP8505
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzet wegens overschrijding verzetstermijn in sociaal zekerheidsrecht
Opposante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam. Dit hoger beroep werd door de Raad op 11 juli 2003 niet-ontvankelijk verklaard. Tegen deze niet-ontvankelijkverklaring heeft opposante verzet ingesteld, maar dit verzet werd ingediend na het verstrijken van de wettelijke termijn van zes weken.
De Raad heeft beoordeeld of het verzet ontvankelijk was. Volgens artikel 8:55 Awb Pro en de artikelen 6:7 tot en met 6:11 Awb geldt dat een verzetschrift tijdig moet zijn ontvangen of uiterlijk binnen een week na afloop van de termijn ter post bezorgd moet zijn. Het verzetschrift van opposante werd echter pas na het verstrijken van de termijn ter post bezorgd en ontvangen.
Opposante voerde aan dat persoonlijke problemen haar verhinderden tijdig te reageren. De Raad erkent deze problemen, maar acht deze onvoldoende om het overschrijden van de termijn te verontschuldigen. Er zijn geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro om de termijn te verlengen of het verzet alsnog ontvankelijk te verklaren.
Daarom verklaart de Centrale Raad van Beroep het verzet niet-ontvankelijk en handhaaft de eerdere beslissing.
Uitkomst: Het verzet van opposante wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de verzetstermijn.