ECLI:NL:CRVB:2004:AP8672
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Ch.J.G. Olde Kalter
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid
Appellante, werkzaam als productiemedewerkster in een wasserij, viel uit wegens ooginfecties en maaginfectie. De beoordeling van haar arbeidsongeschiktheid per 9 juni 1999 stond centraal, waarbij verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen haar beperkingen onderzochten.
De verzekeringsarts constateerde beperkingen in visus en energetische belastbaarheid, waarbij intensief starend werk en werken in fel verlichte ruimtes werden uitgesloten. Op basis van deze gegevens selecteerde de arbeidsdeskundige geschikte functies waarmee appellante een inkomen kon verwerven met minder dan 15% verlies aan verdiencapaciteit.
Appellante voerde aan dat haar klachten en medicijngebruik nog aanzienlijk waren en dat de geselecteerde functies ongeschikt waren. Zij stelde dat een deskundigenonderzoek had moeten plaatsvinden. De Raad oordeelde dat de beschikbare medische informatie voldoende was en geen aanleiding gaf tot het verrichten van nader onderzoek.
De Raad concludeerde dat het bestreden besluit, waarin de WAO-uitkering werd geweigerd, terecht was en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er was geen grond om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid per 9 juni 1999.